Ackaert Hilde

Artikel 1

Artikel overgenomen uit: Het Laatste Nieuws, 27-05-2008

Dopingcontroles in het onderwijs

Acht op de tien studenten slikken pillen tegen examenstress, zo blijkt uit een onderzoek van het christelijke ziekenfonds CM. In de helft van de gevallen gaat het om vitaminesupplementen, maar steeds vaker grijpen de studenten ook naar straffere middelen. Jongens nemen het liefst pepmiddelen, terwijl dat voor meisjes eerder kalmeringsmiddelen zijn. Engelse wetenschappers stellen dopingcontroles in het onderwijs voor.

Rilatine
Een populair middel is het zogenaamde "Vitamine R" of Rilatine, een medicijn voor ADHD-patiënten om het concentratievermogen te stimuleren. Volgens dokter Rikka De Roy, verantwoordelijke voor het Medisch Centrum voor studenten van de KU Leuven, wordt het middel nooit zomaar uitgeschreven. Alleen voor ADHD-patiënten wegen de voordelen op tegen de nadelen. "Van Rilatine maar ook pepmiddelen als Captagon krijg je een gejaagd gevoel en slaapproblemen. Dat is niet echt bevorderlijk voor het blokken," stelt De Roy.

Schadelijke gevolgen
De studenten lijken zich echter niets aan te trekken van de nadelen of schadelijke gevolgen. Uit een getuigenis van een assistente in een apotheek in het hartje van de Gentse studentenbuurt blijkt dat tijdens de examenperiode meer dan anders voorschriften voor Rilatine de toonbank passeren.

Huisartsen
Het probleem zou zich niet situeren bij de studentenartsen. De studenten ontvangen meestal een voorschrift voor Captagon of kalmeermiddelen van hun huisarts. Daarbij blijkt uit het onderzoek van de CM dat in de helft van de gevallen de medicijnen voorzien worden door de ouders.

Dopingcontroles
Om de trend tegen te gaan, stellen Engelse wetenschappers een dopingcontrole voor in het onderwijs. "Gebruik van medicijnen is een oneerlijk voordeel. Wie niet gebruikt, heeft minder kansen. Het resultaat is dat studenten die dat anders niet zouden doen, ook naar middelen grijpen," aldus De Roy. Ze haalt daarbij ook aan dat de voorgestelde dopingcontroles in de auditoria praktisch onmogelijk zijn. "Het is omslachtig en peperduur om van elke student een urinestaal te nemen." (belga/tdb)


Artikel 2

Artikel overgenomen uit: Het Laatste Nieuws, 22-05-2008
Relatine verbetert sprotprestaties bij warm weer

Het medicijn Rilatine zorgt ervoor dat sporters bij warm weer beter presteren. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de vakgroep Menselijke Fysiologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). In normale omstandigheden wordt rilatine voorgeschreven voor mensen en kinderen die lijden aan ADHD.

16 procent sneller
Voor het onderzoek legden enkele wielrenners twee tijdritten af.
Bij normale omgevingstemperaturen veroorzaakte Rilatine geen prestatieverschil in de tijdrit. Bij 30 graden Celsius werd dezelfde tijdrit, die in normale omstandigheden ongeveer 30 minuten duurt, maar liefst zeven minuten sneller afgewerkt. Dat is een verbetering van maar liefst zestien procent.

Warmer
"De wielrenners reden niet alleen sneller, ze produceerden ook meer warmte met een significante verhoging van de kerntemperatuur (tot boven de 40 graden Celsius) als gevolg. Het inspanningsgevoel en de thermische sensatie van de renners veranderde niet."

Toch waarschuwen de onderzoekers voor ogebreideld gebruik van rilatine als sporthulpmiddel. De sporters kunnen namelijk oververhit raken, wat kan leiden tot een shock.

In België wordt vandaag twee keer zoveel rilatine verkocht als in 2002. Opmerkelijk daarbij is dat veel kinderen Rilatine slikken zonder dat de diagnose van ADHD ooit bij hen gesteld werd. (belga/edp)


Artikel 3

Artikel overgenomen uit: het blad van bits , 16-09-2008
Studeren is ook hun recht

16 september 2008 — Lynn De Pelsmaeker

nieuws en reportages categorie
bsh functiebeperking UGent Wake Up sleutelwoorden
Charlotte De Lange personen
vzw BSH Wake Up organisaties

Lynn De Pelsmaeker
BSH loodst studenten met functiebeperking door hogere studie
Honderden studenten aan onze universiteit hebben een beperking, waardoor studeren niet vanzelfsprekend is. BSH begeleidt hen, zodat ook zij hun studie succesvol kunnen afronden.
© EikootjeDe centrale doelstelling van BSH is studenten met een functiebeperking integreren in en laten deelnemen aan het Hoger Onderwijs. Charlotte De Lange van BSH: “De begeleidingsdienst is een belangrijke schakel in het studieproces van de student met een functiebeperking. De dienst BSH treedt in dialoog met betrokkenen bij het onderwijsgebeuren én de student zelf om het studieproces vlotter te laten verlopen”.

Uitgebreide doelgroep
Het begrip functiebeperking wordt ruim geïnterpreteerd. Zowel studenten met een motorische, visuele of auditieve beperking als studenten met een leerstoornis, een ontwikkelingsstoornis, een chronische medische aandoening als een psychische beperking behoren tot de doelgroep. “Vorig academiejaar heeft BSH voor ruim 170 studenten binnen de UGent bemiddeld en actie ondernomen. Ongeveer 60% heeft een leerstoornis. De tweede grootste groep zijn de studenten met een geestelijk gezondheidsprobleem. De groep studenten met een chronische medische aandoening komt qua omvang op de derde plaats. Maar we moeten opletten met deze cijfers. 230 studenten vroegen immers afgelopen academiejaar een bijzonder statuut aan omwille van hun functiebeperking. Dit betekent dat niet alle studenten de weg naar BSH kunnen of willen vinden. Ook als we deze gegevens vergelijken met de cijfers van andere instellingen in het hoger onderwijs, vermoed ik dat het aantal studenten met een beperking aan de UGent onderschat wordt”, aldus mevrouw De Lange.


Artikel 4

Artikel overgenomen uit: De Standaard , 25-01-2008
De woorden vallen steeds uit mijn hoofd

Leren lezen en schrijven vinden de meeste kinderen niet leuk, maar bij sommigen gaat dat juist moeizaam, heel moeizaam. Ze blijven struikelen over dezelfde fouten. Lezen, schrijven, het wordt een vreselijke opgave. De kans is groot dat zulke kinderen dyslectisch zijn.
Bij Peter-Jan ging het meteen in groep 3 al fout. Hij haalde veel letters door elkaar, draaide woorden om. Omdat zijn vader ook dyslexie heeft, was ik gealarmeerd en heb het vrij snel op school aangekaart. Maar daar zei men: "Hij is speels, het komt vanzelf wel." Aan het eind van het schooljaar ging hij niet over. Toen ben ik er weer over begonnen, maar ik was een overbezorgde moeder. Ik zag beren op de weg, terwijl er niets aan de hand was. De eerste maanden dat hij opnieuw groep 3 deed, ging het volgens school goed. Dus ik dacht dat ik het misschien toch verkeerd had gezien. Tot ik op een inloopmiddag kwam. Toen werd er opeens, pats boem gezegd: "Misschien heeft u toch gelijk. Mogen we de schoolbegeleidingsdienst inschakelen voor een test?" Hoewel Wilma van Vliet blij was dat die test er ook vrij snel kwam - en daaruit bleek dat Peter-Jan een ernstige leesstoornis had - klinkt haar stem nog steeds verontwaardigd. 'Als moeder mag je wel meehelpen, maar verder moet je blijkbaar je mond houden.' Omdat ze de opvang door de Schoolbegeleidingsdienst 'knudde' vond ('lk kreeg zonder enige uitleg een foldertje over de Leeskliniek in handen geduwd') heeft ze zich na lang aarzelen tot het Medisch Pedologisch Instituut in Rotterdam gewend. 'Je stopt je kind toch in een vakje en daar komt hij niet meer uit, dacht ik. Maar omdat hij steeds meer achterop raakte, heb ik de knoop doorgehakt. Achteraf ben ik daar blij om, want Peter-Jan ging binnen de kortste keren vooruit. Ze hebben daar bijvoorbeeld een tastkast. De letters liggen in reliëf en die moet hij dan voelen, zodat hij een beeld van de letters krijgt.' Door de goede, wekelijkse begeleiding is Peter-Jan een ander kind geworden, vindt zijn moeder. 'Hij was druk, heel gauw moe, werd steeds onzekerder. Nu is hij veel opgewekter. Laatst wilde hij zelfs een boek aan mij voorlezen, terwijl lezen altijd zo'n crime was!' De 8-jarige Max Spendel uit Voorschoten is ook dyslectisch, zoals onlangs uit een test bleek. Zijn moeder, Ineke Kouwenhoven: 'Eigenlijk zagen we dit al lang aankomen, want zijn vader is het ook. Max heeft altijd moeite met lezen gehad. Hij heeft geen inzicht in de woorden, hakt ze in tweeën, zelfs nadat hij twee keer groep 3 heeft gedaan. Ook heeft hij moeite met links en rechts, klok kijken, en vergeet hij allerlei woorden. Laatst zei hij: "De woorden vallen maar steeds uit mijn hoofd, mam." Toch lijdt hij er niet echt onder. We hebben hem uitgelegd dat het in zijn hoofd zit, dat hij er niets aan kan doen. Zijn neefje is rekenblind. Die twee kunnen het vreselijk goed met elkaar vinden. Wij zeggen dan ook vaak schertsend: samen komen jullie een heel eind. Max is gewoon een lekker joch met een levendige fantasie en een brede belangstelling. Hij is erg goed met computers. Daar heeft hij een eindeloos geduld voor!'


Artikel 5

Artikel overgenomen uit: De Standaard , 09-11-2008
Is postbode dyslectisch
Voor postbodes is het wel handig als ze kunnen lezen. Anders bezorgen ze pakjes zomaar op verkeerde adressen. Lastig voor mensen als Anton van de Koppel, want die mag vervolgens zelf uitzoeken waar de voor hem bedoelde zending is gebleven.

De Hilversummer zit te wachten op een vooraf betaald computeronderdeel uit Duitsland. Tegenwoordig kun je pakjes met Track and Trace mooi via internet volgen, dus nieuwsgierig tikt hij op de website van TNT het verzendnummer in. Verbaasd leest Van de Koppel dat pakje 3SQDKG83183501 inmiddels is afgeleverd. Huh? Bij wie dan? Niet bij hem. Het blijkt volgens de afleverbon die ook op internet staat te zijn aangepakt door ene Christiaan. Dat zegt Van de Koppel niets. Hij kent geen Christianen.

Er ontspint zich een vreemde e-mailcorrespondentie met achtereenvolgens Janny, Annet, Kim, Oscar en tot slot Elko van de afdeling klantenservice van TNT. Van de Koppel moet maar contact opnemen met de afzender in Duitsland. Misschien heeft die wel een verkeerd adres gebruikt. Het adres met huisnummer 26A was wel degelijk goed. Omdat Van de Koppel om het onderdeel verlegen zit, laat hij er opnieuw een opsturen - wat hij uiteraard opnieuw moet betalen.

Aangezien TNT-klantenservice verder niets doet en Van de Koppel zich bij het postkantoor aan de Loswal niet serieus genomen voelt, gaat hij alle bedrijven in zijn straat langs om te horen of het pakketje daar misschien is afgeleverd. Bingo! Het ligt met een briefje erop achter de balie van een bedrijf op nummer 2. Daar dachten ze dat de postbode het wel weer eens zou komen ophalen. Op zichzelf niet zo aardig om het zelf niet even verderop te bezorgen, maar dom van de postbode om het adres op het pakje zo verkeerd te lezen. Meneer Van de Koppel zit nu met twee computeronderdelen. Dank zij TNT is hij €122,88 te duur uit.

Commentaar TNT: Dit is niet goed gegaan. Het pakje had niet zomaar ergens anders afgegeven mogen worden en de afhandeling van de klacht is ook niet goed gegaan. Ze zullen Van de Koppel de gemaakte extra transportkosten vergoeden, niet het extra onderdeel. Dat is zogenoemde 'gevolgschade' en TNT is daarop niet aan te spreken.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License