Callebaut Dirk

André Mertens vervangt Pierre Vermaelen, nu coördinerend directeur van de scholengroep. Hij was adjunct-directeur toen zijn voorganger 4 jaar geleden een leerling inschreef die overkwam van de speciale school voor de aanpak van leerstoornissen: *Eureka*onderwijs in Kessel-Lo. "Van de ene dag op de andere viel die jongen met een ernstige vorm van dyslexie bijna zonder begeleiding. *Eureka*onderwijs had wel een aantal raadgevingen op papier gezet, maar niemand wist hier toen echt wat dyslexie was." Dirk Callebaut, germanist van opleiding, kreeg de leerling in zijn taalklas. Directeur Mertens: "Dirk was toen de brandweerman die ons uit de nood moest helpen. Ondertussen is hij de begeleider geworden die ons helpt problemen te vermijden en die de aanpak van de leerstoornissen op de school stroomlijnt."

Dirk Callebaut: "Wij hebben Peter van Vugt (UIA) uitgenodigd op de personeelsvergadering. Uit persoonlijke interesse heb ik me dan ingeschreven voor een aantal cursussen aan de UIA." Tijdens vakvergaderingen op school kwamen de leraren overeen te werken met een "dyslexieattest" volgens het model van Van Vugt. Daarin worden een aantal maatregelen opgenomen:

  • de leerling krijgt meer tijd bij taken, toetsen en examens;
  • de leerling doet niet mee aan (een aantal) dictees;
  • huislectuur wordt vervangen door goede verfilmingen van literatuur of door cassettes;
  • bij een opstel kijkt de leraar naar de inhoud en niet naar de spelling
  • de leerling mag een aantal examens mondeling toelichten;
  • vragen en teksten voor toets of examen worden voorgelezen (noot: de praktijk leert dat ook heel wat leerlingen zonder leerstoornis daarmee zijn geholpen);
  • het gebruik van een tekstverwerker met spellingcontrole wordt toegestaan.

"Daarna kwamen we op de vraag: hoe weet je dat een leerling dyslexie heeft? Je kan natuurlijk een bewijs van een specialist vragen, maar ik ben me ook zelf gaan verdiepen in het afnemen en interpreteren van aangepaste tests." Het eerste jaar deed Dirk Callebaut alles binnen zijn vrije uren. Het tweede jaar kreeg hij van directeur Vermaelen faciliteiten om zich verder bij te scholen in de postacademische vorming aan het CBL (UIA) en om ook leerlingen van andere klassen te begeleiden. "Dat doe ik in kleine groepjes. Ik ga daarbij anders te werk dan een leraar die wat niet begrepen is, nog een tweede en een derde keer op grotendeels dezelfde manier uitlegt. Ik ga testen waar de problemen zich precies situeren en dan begin ik doelgericht aan die specifieke fouten te werken. Ik begeleid dus ook zwakke leerlingen zonder dyslexie."

Ongeschreven regel
"Zo kom je dan tot de kern: hoe onderwijs je spelling? Hoe studeert een leerling best woordenschat? Neen, tijdens mijn lerarenopleiding aan de universiteit heb ik dat niet geleerd. En toch moet je weten hoe iemand een taal leert om te begrijpen hoe dyslexie werkt. Ik stel vast dat beginnende leraren daar nog steeds niet in getraind worden. Integendeel, die zijn vaak het moeilijkst te overtuigen om dyslectici met een aangepaste aanpak vooruit te helpen." Je botst immers met de ongeschreven regel: alle leerlingen zijn gelijk voor de correctiepen.

**Dirk **ontwikkelde technieken en strategieën die helpen en laat die langzaam doorsijpelen naar zijn collega's. "De reacties zijn verdeeld: een kleine minderheid moet er niet van weten, maar de meesten doen mee als ze weten wat ze hoe kunnen doen." Ook leerlingen moeten overtuigd worden dat hun klasgenoten met leerstoornissen recht hebben op een andere aanpak. "Tegemoetkomingen inzake dyslexie invoeren is in feite een zeer grondige oefening in communicatie tussen alle betrokken partijen. Bij het totstandkomen van de beleidskeuze is de steun en stimulus van de directie onontbeerlijk," schreef Dirk in Persoon en Gemeenschap (52/5).

"Je moet zuinig zijn met speciale maatregelen: beperk ze tot wie het echt nodig heeft." Om de noden te detecteren organiseert Dirk nu al een paar jaar een test voor alle derdejaars. De leraar Nederlands neemt een speciaal dictee af en corrigeert dit volgens vaste instructies. Dirk voert dan een foutenanalyse door op de dictees van de leerlingen met de laagste 10 % scores. "Dyslexie herken je vooral aan fouten die leerlingen maken tegen woorden die je schrijft zoals je ze hoort (b.v. kom, dom)." Op basis van de resultaten worden een aantal leerlingen verder getest op technisch en begrijpend lezen, spelling en woordenschat. Dat gebeurt in samenwerking met het CLB, soms ook met externe specialisten.

Software
Bij de voorbereiding van dit jaar heeft de directeur opnieuw ingegrepen.Dirk had een vraag gekregen om in de middenschool van Merksem een nieuw project rond leerstoornissen op gang te trekken. Daar worden 15 laptops ter beschikking gesteld van leerlingen met leerstoornissen. "Ik was bang Dirk kwijt te spelen," vertelt directeur Mertens. "Daarom ben ik gaan praten met mijn collega-directeurs en zo is Dirks takenpakket op onze campus nu uitgebreid tot de middenschool en het basisonderwijs. Zo kunnen we hem halftijds vrijstellen voor het begeleidingswerk." Resultaat is onder meer dat dit jaar ook de leerlingen van het eerste jaar middenschool en het tweede jaar lager onderwijs getest worden. "Je kunt als school niet meer om een aangepaste aanpak heen. Het positieve aan het hele proces is, dat niet alleen de leerling met leerstoornissen profiteert van de bewustere aanpak van het taalonderricht. De praktijk toont aan dat de beste leerlingen er nog het meeste voordeel uithalen."

Bij de remediëring schakelt Dirk Callebaut ook software in. Pakketten die spraak omzetten in digitale tekst hebben een sterk remediërend aspect omdat het schrijven sneller en accurater verloopt en de leerlingen woorden gebruiken die ze anders vermijden omdat ze ze niet kunnen spellen. Ze gaan ook langere teksten schrijven met meer aandacht voor de zinsbouw. Maar ook software die digitale tekst voorleest is heel nuttig voor dyslectici, niet in het minst voor het aanleren van vreemde talen. Want terwijl de tekst wordt voorgelezen, volgt de leerling de tekst op het scherm. Zo wordt zijn leescapaciteit bevorderd. Verder worden klassieke remediëringspakketten (spelling, woordenschat, …) gebruikt.

"Je hoort de mensen beweren: dat kan toch niet dat er plots zo veel meer dyslexie in de wereld is. Je ziet het gewoon sneller omdat je het nu herkent. Vroeger werden die leerlingen geklasseerd als dom of lui. Die tijd is nu gelukkig voorbij. En als een leerling met dyslexie zich eens even dom voelt, dan vertel ik hem het verhaal van Richard Branson. Daar kikkeren ze van op."

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License