Schizotypische Persoonlijkheidsstoornis

De schizotypische persoonlijkheidsstoornis is een persoonlijkheidsstoornis waarbij een persoon zich sociaal isoleert, afwijkende gedragingen en gedachten heeft en vaak onconventionele opvattingen heeft, bijvoorbeeld het geloof in buitenzintuiglijke waarneming. Sommigen zien de schizotypische persoonlijkheidsstoornis als een lichte vorm van schizofrenie.

Centraal bij STPS staan de afwijkende gedachten die de persoon heeft. Gesprekken met hen kunnen vaak warrig of moeilijk te volgen zijn, ze kunnen breedsprakig zijn en eigenaardige opvattingen verkondigen, maar dit ontspoort niet in de volledige verwardheid die men vaak bij schizofrenie ziet. Wel ziet men vaak de opvatting dat gedachten (zowel die van zichzelf als die van anderen) bewaarheid kunnen worden door ze alleen maar te denken (magisch denken). Ook het uiterlijk en de kleding wijken vaak af van de maatschappelijke norm, zonder dat er echt sprake is van verwaarlozing. STPS'ers worden op grond hiervan vaak als vreemd of excentriek beschouwd.

Er treden soms wat problemen op met de zintuiglijke waarneming. Echte wanen zijn dit echter meestal niet, het betreft eerder een hogere gevoeligheid voor illusies. Ook depersonalisatie kan voorkomen.
STPS'ers hebben niet veel behoefte aan contact met andere mensen. Hun affect is vaak oppervlakkig of afgestompt en in andere gevallen vertonen ze emoties die niet bij de situatie passen. Toenadering is niet altijd gewenst. Dit kan leiden tot achterdocht, verdere terugtrekking in een sociaal isolement en angstverschijnselen.

Kenmerken

  • De persoon heeft afwijkende ideeën over betrekkingen (hierbij worden betrekkingswanen niet meegerekend)
  • De persoon heeft afwijkende opvattingen of magisch geloof die het gedrag beïnvloeden en niet overeenkomen met de subculturele normen (bijvoorbeeld bijgelovigheid, geloof in helderziendheid, telepathie of een 'zesde zintuig'. Zowel bij kinderen als volwassenen bizarre fantasieën of vooroordelen.
  • De persoon heeft ongebruikelijke perceptuele ervaringen, waaronder lichamelijke illusies.
  • De persoon denkt en spreekt vreemd (bijvoorbeeld vaag, omstandelijk, metaforisch, te uitgebreid of stereotype).
  • De persoon is achterdochtig en heeft paranoïde ideeën.
  • De persoon reageert inadequaat of beperkt affectief.
  • De persoon vertoont gedrag of heeft een voorkomen dat vreemd, excentriek of uitzonderlijk is.
  • De persoon heeft geen goede vrienden of vertrouwelingen behalve de naaste familieleden.
  • De persoon heeft ernstige sociale angst die niet afneemt in een vertrouwde omgeving en die eerder samenhangt met paranoïde angsten dan met een negatief zelfbeeld.
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License