Uitwerking Ines

WAT IS AUTISME?

Autisme is een pervasief (d.w.z. “indringend”) ontwikkelingsprobleem dat veroorzaakt wordt door een hersenstoornis van heterogene oorsprong. Mensen met autisme ontwikkelen daardoor niet alleen trager, maar vooral anders. Zij nemen hun omgeving op een heel andere manier waar en missen de vaardigheid om echt betekenis te geven aan die waarneming. Mensen, dingen en gebeurtenissen worden niet (of heel moeizaam) met elkaar in verband gebracht, indrukken blijven “losse details” en worden niet (of heel traag) samengevoegd tot een betekenisgevend geheel. Mensen met autisme zien meestal niet verder dan wat ze letterlijk zien.

Als gevolg van deze andere waarneming en informatieverwerking, vinden we bij mensen met autisme steeds kwalitatieve stoornissen op het vlak van flexibiliteit, communicatie en sociale interactie.

Door hun beperkt begrip van de werkelijkheid gaan zij hun omgeving op een heel eigen wijze proberen te vatten: in plaats van betekenis te geven registeren zij alle (voor ons vaak irrelevante) details. Van zodra er iets verandert moeten ze opnieuw beginnen. Het is dan ook niet verbazend dat zij een enorme weerstand hebben tegen veranderingen: hun gebrek aan flexibiliteit is immers een overlevingsstrategie om de veelheid aan indrukken in te perken. Vaste routines en stereotiepe gedragingen bieden een zekere veiligheid. Langs de andere kant zorgen ze er echter ook voor dat mensen met autisme slechts een heel beperkt repertoire van activiteiten kunnen ontwikkelen, het kunnen plannen van nieuwe activiteiten veronderstelt immers een zicht op het geheel dat voor mensen met autisme heel moeilijk is.

Het probleem in betekenis geven heeft uiteraard ook heel wat implicaties voor de communicatie van en met mensen met autisme. Taal is voor hun vaak veel te abstract en veranderlijk en non-verbale communicatie vraagt heel wat “ontcijferwerk”: wat voor ons vanzelfsprekend is is voor mensen met autisme een hele opdracht. Daarenboven gaan mensen met autisme die taal ook heel weinig zelf gebruiken om te communiceren (50% van de autistische personen praten nooit), en als ze dan al taal gebruiken dan is het vaak op een bizarre en speciale manier. Sommigen praten b.v. in telegramstijl, anderen gaan steeds dingen herhalen of blijven steeds doorpraten. Bovendien missen ze de vaardigheid om echt te communiceren. Vaak blijft hun communicatie beperkt tot het praten tegen anderen, zelden wordt het praten mét anderen.

Aangezien goed communiceren een belangrijk element is in sociale interactie, is het voorspelbaar dat het ook op dit domein niet eenvoudig is voor mensen met autisme. Vaak begrijpen zij de subtiele, ongeschreven en sterk contextgebonden regels van sociaal gedrag niet. Hun detailwaarneming zorgt daarbij eerder voor verwarring dan voor verduidelijking. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een deel van de autistische mensen geen deel neemt aan sociale interactie: zij zijn eerder op zichzelf en schijnen zich niet bewust te zijn van het bestaan van andere mensen (deze zijn immers details naast andere details). Een tweede groep kan wel genieten van sociaal contact maar zal zelf nooit initiatief nemen: ze voelen immers niet aan hoe je dat moet doen en misschien hebben ze er ook geen nood aan. De derde en meest opvallende groep bestaat uit die mensen met autisme die net heel graag sociaal contact hebben maar niet weten hoe ze dit moeten doen. Hun contact is dan ook meestal heel actief, onconventioneel en bizar. Bij heel begaafde autistische mensen zie je soms weer dat hun sociaal contact heel gestileerd is: na een grondige studie hebben ze immers een aantal regels ontdekt die ze dan ook heel strikt toepassen (en dit net in een domein waar flexibiliteit cruciaal is…).
Zoals uit de beschrijving van de drie hoofdkenmerken kan afgeleid worden, heeft autisme vaak verschillende gezichten. Zo varieert dit met de leeftijd en het temperament van de persoon, en met de ernst van de autistische stoornis. Bovendien levert autisme in combinatie met een mentale handicap vaak een heel andere beeld op dan autisme in combinatie met een normale begaafdheid. Het is immers zo dat 75 tot 80% van de mensen met autisme tevens een algemene ontwikkelings-achterstand heeft, wat hun handicap nog complexer maakt. Mensen met autisme en een normale begaafdheid zijn zich dan weer vaak bewust van hun handicap, wat hun leven er niet eenvoudiger op maakt. Om de diversiteit van mensen met autisme beter te kunnen vatten spreekt men de laatste tijd van mensen met een stoornis uit het autismespectrum. Op grond van recente wetenschappelijke studies blijkt dat dit niet zo zelden voorkomt: prevalentiecijfers gaan van 5 tot 21 op 10.000 mensen. Opvallend daarbij is ook dat het voornamelijk mannelijke personen treft (algemeen wordt aangenomen dat de ratio 4 mannen tegen over 1 vrouw is).

VZW de hoeve

http://de-hoeve.be/autisme2.htm

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License